Tour de France

‘De patron demarreert’ – Ann De Craemer

Ik was zestien. Het was hoogzomer en op televisie had ik Marco Pantani net de dertiende etappe in de Tour de France van 1997 zien winnen. De liefde voor de wielersport had ik van huis uit meegekregen, maar Pantani slaagde erin mijn koersvuur nóg verder aan te wakkeren. Een half uur nadat Il Elefantino als snelste ooit de top van Alpe d’Huez had bereikt, vlamde ik met mijn eigen fiets de helling achter ons huis op. Zoals elke wielerminnende Vlaamse tiener dat ooit heeft gedaan, speelde ik daarbij zelf voor commentator en beschreef ik luidkeels hoe ik ‘en danseuse’ de berg (veeleer een puist in het landschap) wist te bedwingen. En danseuse. Als ik denk aan de taal van de Tour de France, is dat de eerste uitdrukking die bij me opkomt. Niet alleen is het een Frans begrip, maar ook een wielerterm die je tijdens de Tour het vaakst hoort. In welke andere rittenwedstrijd moeten coureurs zo veel bergen beklimmen, wat we hen als toeschouwers het liefst en danseuse zien doen?

tour-de-france-marco-pantini-onze-taal-polydioma

Marco Pantini bedwingt in 1997 tijdens de dertiende etappe van de Tour de France de Alpe d’Huez, een col van de buitencategorie.